Wat de Oegandees niet kent

Na 3 dagen maak je de fout niet meer: In een Oegandees restaurant vragen wat er op het menu staat. Dat weet je: 1)tilapia, 2)geit, 3)rund, 4)kip (allen in een smakeloze bouillon taaigekookt), 5)bruine bonen of 6)aardnootsaus. Daarbij mag je een selectie maken van a)rijst, b)matoke (kleffe meuk van tropische bananen), c)posho (kleffe meuk van maismeel), d)kalo (kleffe meuk van millet) en heel soms e)casave en f)zoete aardappel. Heel soms ook slappe friet. Kosten voor een enorme portie: 0.75 (bonen met posho, armen en scholieren eten niet anders) tot 2 euro.

De juiste vraag is: “wat is er allemaal niet (meer) vandaag”. Dat is meestal meer dan de helft van bovenstaande. En dan nog, het grootste verschil tussen geit en tilapia is de berg graten die die laatsten door hun hele lijf hebben slingeren. Alles smaakt hetzelfde: naar niks. Zelfs mijn eenkennige oma eet – met elke dag aardappels, groenten en vlees – 10x zo gevarieerd.

De treurigheid van de Oegandese keuken is natuurlijk niet echt een keuze. Er is niet veel te krijgen Of beter: niet te betalen. Zelfs het simpelste westerse eten kost al minstens het dubbele. Voor ons weinig ipv niks, voor hen onbetaalbaar. En/of onmogelijk. Probeer op een open houtvuur maar eens een biefstuk mals te krijgen. En bij gebrek aan koelkast is de stoofpot de enige plek om de vis niet te laten bederven.

Maar elke vorm van nieuwsgierigheid en creativiteit ontbreken. Als je elke week een kwartje spaart, kun je een hamburger of pizza proberen, maar dat doet bijna niemand. Mijn baas had het tijdens een conferentie ooit Westers eten geprobeerd. Dat was mooi van zijn bucket-list gestreept. En andere Afrikaanse landen zijn ook arm, maar daar is het eten wel lekker. Bij de Ethiopiër en de Malinees eet je heerlijk voor Oegandese prijzen, maar ook daar zitten alleen blanken en Ethiopiërs respectievelijk Malinezen.

Mijn werk was om Oegandezen toeristen te laten begrijpen. Dus zijn we op een epische roadtrip langs Westerse hotels gegaan. (Oegandese hotels zijn ook allen identiek treurig) en heb ik mijn collega’s hamburgers, pizza, steak, club sandwich en pasta carbonara gevoerd. Op mijn werk at ik gewoon wat de pot schaftte, dus na een week dat eet je een hamburger kreunend. Maar mijn collegae vonden het maar vreemd spul, hadden na 2 uur al weer honger en vielen ‘s avonds als wilde honden aan op de matoke. In de pizzeria bestelden ze – de prijs als excuus gebruikend – friet met kip. Het door mij opgedrongen stuk pizza hebben ze uit beleefdheid gegeten. Alleen de club sandwich – want varken – heeft hen bekoord. Maar zullen ze nooit meer bestellen.

Wildvreemden (de fietsenmaker/boda-chauffer/mannetje in cafe) vragen of ik ze niet kan helpen naar Nederland te komen, want ze hebben de illusie dat het leven daar beter is. Ik waarschuw ze dat Nederland koud is. Dat je op tijd moet zijn. Dat overal regels voor zijn. Dat hen een erbarmelijk leven in de illegaliteit wacht. Het kan ze niet tot inkeer brengen. Maar als je vertelt dat er geen matoke is, zie je de ontgoocheling in hun ogen. “Wat? Geen matoke? En ook geen posho?”

  • Facebook
  • LinkedIn
  • email
  • Google Bookmarks